Doe mee met onze wekelijkse quiz om de tijd thuis goed door te komen. Maak de vragen en schrijf je antwoorden op! De quiz bevat vragen over allerlei onderwerpen en is voor een breed publiek van jong tot oud geschikt. Elke maandag komen de antwoorden online op deze pagina.

Succes!🍀🍀

STAYBLE NIEUWSQUIZ 

Nummer 17 - 14 SEPTEMBER 2020

 

DE TOUR DE FRANCE VOOR DUMMIES III: WIELERJARGON

Even terug in ons eigen verleden: deze quiz is ontstaan als vervanging voor de lessen Nederlands die we door corona moesten schrappen. Het gaat dus over taal. In Tour de France deel I en II hebben we het gehad over het ontstaan van de Tour, de vroegste geschiedenis en de klassementen. In de laatste week van de Tour de France is het dus niet meer dan logisch dat we het nu gaan hebben over de taal van het wielrennen. En dat is leuk!

Wielrenners hebben hun eigen taal, hun eigen jargon, zoals ieder vak. Zij gebruiken veel staande uitdrukkingen, alleen ingewijden begrijpen waar ze het over hebben en het klinkt vaak erg grappig. Lees mee en verbaas je over hun specifieke woordgebruik, hun bonte mengeling van uitspraken, wonderlijke beeldspraken en metaforen. En voor wie nù al geen goesting meer heeft; niet meteen er van tussen kletsen, volgende week gaan we weer “gewoon” doen.

De 15e etappe van deze Tour werd op zondag 13 september 2020 verreden van Lyon naar de Grand Colombier, een berg van de HC. Alle bergen in de Tour zijn naar zwaarte ingedeeld in categorieën (van 4 naar 1). Bergen van de 4e categorie zijn de lichtste, beklimmingen van de 1e categorie zijn bijna de zwaarste, want als de stijgingen echt heel erg zwaar zijn, heten de HC, Hors Catégorie, dat is Frans voor Buiten Categorie. Onderweg naar de Grand Colombier zitten nog twee bergen van de 1e categorie (de Selle de Fromentel en de Biche). De zwaarte wordt bepaald op basis van de lengte, maar ook de steilheid van de klim is bepalend voor de categorie waarin een berg valt.

De renners kunnen vanaf het begin In Lyon tot km. 98,5 redelijk op hun gemak zitten, tenzij iemand met teveel grinta van meet af aan de forcing voert. Het is wel draaien en keren, maar er zitten geen grote vlakke stukken in, waarin het makkelijk op de kant kan gaan. Dus is er ook geen kans op waaiervorming (zie foto hier onder), waardoor er altijd wel weer een stel sukkels in het pak gestoken wordt omdat ze de slag missen. En ze hoeven ook niet vanaf kilometer nul te gaan stoempen, want de verschillen worden pas in de beklimmingen gemaakt. Mocht iemand een afloper hebben, dan is er nog alle tijd om hem terug te piloteren naar het peloton, dus niemand hoeft er meteen doorheen te zakken.

                                                                   Waaiervorming in het peloton; er ontstaan groepen en tijdsverschillen

 

Met de bergen erin is het duidelijk geen etappe voor de sprinters, dus we zullen vandaag geen sprinttreintjes zien van mannen die proberen om hun sprinter vooraan af te zetten of ervoor zorgen dat ze zelf in het goede wiel zitten. Dat nerveuze gedoe van jongens die als gekken in de wind lopen te boren en maar door botteren en dokkeren om hun positie te behouden, dat zal in deze etappe niet te zien zijn.

Wat we wèl te zien krijgen, zijn renners die in de aanloop naar de eerste berg er meteen een lap op geven en demarreren zodra de weg maar een beetje vals plat omhoog gaat. Misschien vormt zich een kopgroepje, misschien missen er wat mannen de slag en moeten ze een gat dichtrijden, misschien poeft er iemand in één keer naar de kopgroep toe. Of er wappert er juist iemand van de kopgroep af, of er komt er één aan het elastiek te zitten. En dan is natuurlijk ook altijd nog het risico op valpartijen, met of zonder erg.

Na de eerste beklimming van de dag heb je vaak een kopgroep. Daarachter komt vaak een achtervolging op gang, maar de koplopers worden lang niet altijd ingehaald en de achtervolging kan dan ook ontaarden in een flinke chasse-patatte.

Zodra de beklimmingen beginnen, wordt achteraan in het peloton meestal ook een bus geformeerd van renners. Onder leiding van een paar ervaren renners vormt zich meestal een grote groep van renners die niet goed kunnen klimmen. Zij werken samen om, weliswaar op flinke achterstand, maar wel veilig binnen de tijdslimiet, over de finish te komen. Zo voorkomen zij dat zij uit de koers worden gezet. Die samenwerking gaat dwars door alle ploegen heen. Dat is bijzonder, want normaal gesproken proberen alle ploegen eerst elkaar op te roken voordat zij hun eigen mannen inzetten. Een bekend wielergezegde luidt: je moet eerst het bordje van je tegenstander leeg eten en daarna pas dat van jezelf.

Renners die de bus niet kunnen bijhouden, zijn gedoemd om langzaam weg te deemsteren richting bezemwagen (camion of voiture balai). De bezemwagen blijft achter de achterste renner in koers en geeft aan dat de weg achter hem weer vrij is. Renners die niet meer kunnen fietsen, kunnen met fiets en al mee naar de finish. Renners zien de bezemwagen niet graag.

                     De bezemwagen in vroeger tijden

… en een moderne variant in 2008

 

In de kopgroep zie je vaak renners met heel verschillende stijlen. Er zijn er die op een heel klein koffiemolentje met wisselend tempo naar boven komen, anderen trappen zwaarder in één cadans. Sommigen wachten de eindsprint niet af, maar proberen ongeveer een kilometer voor de meet een Ekimovje te doen, anderen sprinten in één keer door rechtdoor naar school en kantoor. Als er een kopgroep is, of meer algemeen, als er tijdsverschillen zijn, komt er een gele motorfiets met iemand (in het geel) achterop die op een schoolbord met krijt het tijdsverschil met de achtervolgers aangeeft. Zo iemand heet in het Nederlands een bordeneur (van: (school-bord) en in het Frans een Ardoisier (m) of Ardoisière (v). In het Frans is une ardoise een leisteen en het bord waarop het tijdsverschil wordt geschreven was vroeger van leisteen gemaakt, vandaar.

Grappig detail: op de foto is een renner te zien met nummer 13. Eén nummer 13 wordt uit bijgeloof vaak omgekeerd opgespeld om het ongeluk af te wenden. Als je ze allebei omkeert, krijg je een boete wegens onleesbare rugnummers.

 

Als je in de sprint met je kop in de wind komt te zitten wordt het moeilijk om de koploper nog te remonteren. Volgens Bartjens zijn renners die op de steilste stukken van de klim nog een tandje over hebben de grootste kanshebbers op de overwinning. Maar welk verzet je ook rijdt; degene die er op het laatst nog een snok aan kan geven, die wint de rit.

Zo, dit was de tekst, nu komen de vragen. Maar eerst nog een paar linkjes. Hiermee kun je dingen uit de tekst die je niet begrijpt opzoeken en het is sowieso leuk om daar eens te kijken, want er bestaat nog véél meer wielerjargon dan ik in de tekst heb gestopt.

 

Linkjes;

https://www.cyclingstory.nl/wielertermen-uitdrukkingen-gezegden-wielrennen/

 

https://www.wielertochten.nl/wielertermen-jargon-en-bekende-uitspraken/

 

https://www.wvterheijden.nl/wielertaal.php

 

Zo, en dan nu de vragen. Zoals altijd kunnen één of meerdere, ja zelfs alle antwoorden goed zijn. Veel succes!

 

VRAAG   1 Hoe is deze quiz ook al weer ontstaan?

A De leraar had geen zin meer om les te geven

B Er moesten als een gek 50.000 vogelhuisjes gemaakt worden

C Ter vervanging voor de lessen Nederlands die door corona uitvielen

D Omdat de dreiging van verspreiding van het virus tijdens de les te groot is

 

VRAAG   2 Wat kun je zeggen over een “jargon”?

A Het is een eigen taal van mensen die hetzelfde beroep hebben

B In jargon zitten vaak veel vaste, staande uitdrukkingen

C Alleen mensen met dat betreffende beroep begrijpen waar beroepsgenoten het over hebben

D Het is hetzelfde als vaktaal

 

VRAAG   3 Wat is kenmerkend voor het jargon van wielrenners?

A Ze hebben een specifiek woordgebruik

B Ze kennen een bonte mengeling van uitspraken

C Ze hanteren wonderlijke beeldspraken

D Ze drukken zich soms uit in metaforen

 

VRAAG   4 Wat is een metafoor?

A Een beeldspraak die berust op vergelijking (‘het schip van de woestijn’ is een metafoor voor ‘kameel’)

B Een stuk steen uit de ruimte dat op de aarde valt, soms met een lichtflits erbij

C Een dierlijk wezen dat alleen planten eet

D Een vleesetende plant

 

VRAAG   5 Welke bergen zijn de zwaarste om te beklimmen in de Tour?

A Bergen van categorie 1

B Bergen van categorie 2

C Bergen van categorie 3

D Bergen van categorie 4

E Bergen van de buiten categorie

 

VRAAG   6 Hoe wordt de categorie-indeling van de bergen gemaakt?

A Op basis van verhalen van renners van vroeger

B Op basis van de lengte van de klim

C Op basis van het gemiddelde stijgingspercentage van de klim

D Op basis van de lengte en stijgingsgraad van de klim

 

VRAAG   7 Zie de tekst: … tenzij iemand met teveel grinta… Wat betekent grinta? Het komt uit het Italiaans.

A Een renner die fysiek en mentaal heel sterk is en indruk maakt door zijn overtuiging

B Een renner die uit een verboden potje heeft gesnoept

C Een renner die hele grote plannen heeft, maar die dan op niets uitlopen

D Een renner die te zwaar ontbeten heeft en steeds windjes laat (daar wil je niet achter fietsen)

 

VRAAG   8 Wat gebeurt er allemaal bij waaiervorming?

A Er ontstaan tijdsverschillen

B Het peloton breekt in verschillende stukken

C Heel veel renners laten het dan gewoon maar waaien, ze doen hun best niet meer

D Het peloton breekt in verschillende stukken en er ontstaan tijdsverschillen

 

VRAAG   9 Wat kan er allemaal gebeuren zodra de weg maar een klein beetje begint te stijgen aan het begin van een berg/beklimming?

A Alle renners zijn blij dat ze er zijn en doen het rustig aan

B Er zijn renners die meteen harder gaan rijden dan de rest om voorsprong te nemen

C Er zijn renners die achterstand oplopen en dat gat later weer goed moeten maken/moeten dichtrijden

D Er zijn renners die het elastiek van hun tenue strakker trekken

 

VRAAG   10 Wat is een chasse-patatte?

A Vroeger waren wielrenners arm en zochten ze naar de goedkoopste aardappelen

B Een drankje na de maaltijd, net als een pousse-café

C Een volstrekt zinloze achtervolging

D Sommige wielrenners stalen wel eens aardappelen uit een veld als ze erlangs reden en deden die dan onder

hun trui

 

VRAAG  11 Heeft iemand renner nummer 11 gezien, want hij had vraag 11 bij zich… … … … WAAR zegt u?

VRAAG  12 Wat is het doel van de bus die achteraan gevormd wordt?

A Om onder leiding van een paar ervaren renners veilig naar boven te fietsen

B Om zoveel mogelijk tegenstanders op te roken

C Iedereen die de bus mist moet wachten op de bezemwagen

D Om een grote groep renners binnen de tijd binnen te krijgen

 

VRAAG   13 Wanneer is de koers afgelopen?

A Als de laatste renner binnengekomen is

B Als de laatste volgwagen binnengekomen is

C Als de bezemwagen voorbij is

D Als de Tourdirecteur uit  zijn auto stapt

E Als de maximale tijdslimiet aan de finish voorbij is

 

VRAAG  14 Wat is een heel klein koffiemolentje?

A Een hele lichte versnelling bij je achterwiel, waardoor je licht trapt, maar veel omwentelingen maakt

B Een heel klein verzetje, waardoor je zwaarder trapt, maar weinig omwentelingen maakt

C Veel renners nemen hun eigen koffie mee naar de koers omdat die hotelkoffie vaak zo vies is

D Dat wordt van een renner gezegd als hij weinig inhoud heeft

 

VRAAG  15 Zie de laatste alinea: “Volgens Bartjens zijn renners ...”. Wat bedoelen we met “Volgens Bartjens”?

A Als je gewoon logisch door redeneert, dan moet dit tot het volgende leiden

B Bartjens was een legendarische Nederlandse wielrenner in de jaren ‘50/’60

C Als je de meest waarschijnlijke redenering volgt, dan kom je op deze uitkomst uit

D Bartjens was een zeer bekende en geliefde TV-commentator bij het wielrennen in de jaren ‘50/’60

 

VRAAG  16 Zie de tekst (laatste alinea): … nog een tandje over hebben. Wat betekent dat?

A Dat een renner nog geen jasje uitgedaan heeft

B Dat een renner aanhaakt bij zijn voorganger, dat hij zich (figuurlijk) vastbijt

C Dat een renner het karretje van een ander in de poep rijdt

D Dat een renner nog wel een zwaardere versnelling zou kunnen trappen als het zou moeten

 

VRAAG  17 Zie de tekst (laatste alinea): … er op het laatst nog een snok aan kan geven.  Wat gebeurt er dan?

A Als een renner huilend op zijn fiets zit, maar toch doorfietst

B Dat een renner nog een keer flink kan versnellen

C Wie als laatste demarreert, heeft de bus gemist

D Wie op het laatst pas zijn best gaat doen, verliest de koers

 

Dit waren de vragen voor deze keer. Gauw door naar de antwoorden van quiz no 16, Tour de France Deel II van 7 september 2020. Bedankt weer voor het meespelen en tot volgende week!


STAYBLE NIEUWSQUIZ 

Nummer 16 - 7 SEPTEMBER 2020

 

DE TOUR DE FRANCE VOOR DUMMIES II: FEITEN EN WEETJES

De Tour de France is ontstaan in 1903 en werd destijds georganiseerd door Henri Desgrange, hoofdredacteur van de krant L'Auto. Zijn jonge medewerker, journalist Georges Lefèvre, die tevens de Tourdirecteur van de eerste editie was, werd geïnspireerd door een individuele poging in 1895 van wielrenner Jean Marie Corre. Corre introduceerde in 1895 een fiets van aluminium en testte deze in zijn eentje over alle bekende parcoursen in heel Frankrijk. Hieruit ontstond in 1903 het idee om deze ritten jaarlijks te laten herleven. De Tour is sindsdien uitgegroeid tot de belangrijkste wielerwedstrijd van het jaar. De eerste Tour werd in 1903 gewonnen door Maurice Garin. Let op zijn kleding en zijn fiets (zonder versnellingen!)

Op 1 juli 1903 stonden er bij Café Au Réveil Matin in Montgeron – een voorstad van Parijs – zestig renners aan de start voor een etappe van 467 km van Parijs naar Lyon. Er waren in totaal 6 etappes van tussen de 300 en bijna 500 km lang en er werd ook ’s nachts doorgereden. Dat leidde tot protesten van mensen die langs het parcours woonden, omdat ze vonden dat hun nachtrust werd verstoord. Er werden zelfs wegen gebarricadeerd! Om te controleren of de renners zich aan het parcours hielden, stonden er controleposten langs de weg, waar renners hun naam moesten roepen en een handtekening zetten. Die controles waren hard nodig; later bleek dat renners zich stiekem hadden laten voorttrekken, binnenweggetjes namen, of delen van het parcours per auto of zelfs de trein aflegden. In de Tour van 1904 werden 4 maanden na de laatste rit de eerste 4 renners (waaronder Garin!) gediskwalificeerd en werd nummer vijf, Henri Cornet, tot winnaar uitgeroepen.

 

In 1919 werd de gele trui geïntroduceerd. Waarom geel? Simpel: de organiserende krant, L'Auto, werd op geel papier gedrukt. Op 19 juli 1919 wordt Eugène Christophe de allereerste geletruidrager.

Eugène Christophe in 1913   

De gele trui

Die trui bracht hem echter weinig geluk. Voorafgaand aan de voorlaatste etappe van Metz naar Duinkerke had Christophe bijna een half uur voorsprong, maar toen sloeg het noodlot toe: Christophe brak zijn voorvork en moest lopend verder tot aan de fietsfabriek in Valenciennes. Hiermee verloor hij 70 minuten, en later nog wat meer door een val.

Christophe kreeg de bijnaam 'de eeuwige pechvogel', want ook in 1913 had hij in de Tour al materiaalpech gehad. Tijdens een rit in de Pyreneeën viel hij aan, maar dicht bij de top van de Col du Tourmalet braken zowel zijn voor- als de achtervork van zijn fiets. Helemaal geïsoleerd van de wereld wandelde hij 14 kilometer met zijn fiets naar het dorpje Sainte-Marie-de-Campan, waar hij een smid vond. Volgens de reglementen was hulp door anderen verboden en daarom moest Christophe zelf de reparaties verrichten, terwijl de smid aanwijzingen gaf. Hij deed er drie uur over. Nadat de delen van de vorken aan elkaar waren gesmeed, kon Christophe in de vroege ochtend de etappe hervatten en verder rijden in de ronde. Hiermee verloor hij wel al zijn kansen op winst. Ter nagedachtenis aan dit avontuur is bij de kerk van Sainte-Marie-de-Campan een pleintje naar Christophe vernoemd. Hier staat sinds 2014 ook een bronzen standbeeld van hem, waarbij hij een vork in de lucht steekt. In 1970 overleed Eugène Christophe op 85-jarige leeftijd.

Sainte-Marie-de-Campan, beeld van Eugène Christophe met voorvork en start van de Col du Tourmalet (2111 m hoog)

De Tour kent verschillende klassementen. Behalve de strijd om het eindklassement (gele trui) strijden de renners en wielerploegen om de punten die er elke dag tijdens een etappe te verdienen zijn. De renner met het hoogste totaal aantal punten in een bepaald klassement mag de volgende etappe in een trui rijden met een bepaalde kleur of print. Dit zijn de belangrijkste truien:

De gele trui is voor de nummer 1 in het algemeen klassement, voor wie de snelste totaaltijd over alle etappes heeft gereden. De groene trui is voor de leider in het puntenklassement. Punten worden verdiend met tussensprints en met de klasseringen in de etappe-uitslagen. De bolletjestrui is voor de beste klimmer van het peloton. Bovenaan elke berg die ertoe doet wordt gekeken wie er als eerste, tweede, derde etc. doorkomt. Elke klassering levert een aantal punten op. Wie de meeste bergpunten heeft, rijdt in de bolletjestrui. De witte trui is gelijk aan de gele trui, maar dan voor renners onder de 25 jaar en is dus de trui voor de beste jonge(re) renner. Niet op de foto staat het rode rugnummer (normaal zijn ze zwart, op een witte achtergrond). Het rode rugnummer is voor de strijdlustigste renner van de vorige dag, te bepalen door de jury. Dit moet niet verward worden met de rode lantaarn, dat is een niet-officiële term voor degene die laatste in het klassement staat, dat is de rode lantaarn-drager. Ook dat is een gewilde positie; er zijn verhalen bekend van renners die zich in tunnels of in een bos verstopten, het hele peloton voorbij lieten rijden en vervolgens nog net binnen de tijd binnenkwamen, om zo de meeste achterstand op te lopen en de rode lantaarndrager te worden!

 

De tour finisht sinds 1975 op de Champs-Élysées in Parijs (de Velden van de Uitverkorenen) met op de achtergrond de Arc de Triomphe. Zo ziet dat er uit:

Tot zo ver de tekst, hier komen de vragen. Bedenk: per vraag kan één antwoord goed zijn, of meerdere, of zelfs alle antwoorden! Veel succes!

 

VRAAG    1 Wie was de tweede Tourwinnaar ooit?

A Georges Lefèvre

B Maurice Garin

C Henri Cornet

D De oorspronkelijke nummer vijf

E Jean Marie Corre

 

VRAAG    2 Waarom organiseerde Henri Desgrange de Tour?

A Om meer auto’s te verkopen

B Om meer fietsen te verkopen

C Om meer kranten te verkopen

D Om zijn jonge medewerker, journalist Georges Lefèvre, aan het werk te houden

 

VRAAG    3 Zie de tekst: … Er werden zelfs wegen gebarricadeerd!... Wat betekent hetzelfde?

A De wegen werden gauw nog gerepareerd voor de renners langskwamen

B Er werden links en rechts barricades op de wegen opgeworpen

C Politieke activisten hadden leuzen op de wegen geschilderd

D De wegen werden her en der versperd

E Op sommige plekken konden de renners niet meer op de fiets passeren

 

VRAAG    4 Op welke manieren fraudeerden de eerste renners in 1903 en 1904?

A Ze lieten zich door anderen voorttrekken

B Ze namen de trein

C Ze sneden stukken van de route af

D Ze namen prestatie bevorderende middelen

 

VRAAG    5 Waarom is de gele trui geel?

A Henri Gesgrange reed in een gele auto

B De organiserende krant werd op geel papier gedrukt

C Dat was veiliger als ze ’s nachts reden

D Geel was de lievelingskleur van Eugène Christophe

 

VRAAG    6 Onder welke naam stond Eugène Christophe ook wel bekend?

A De vuurvogel, vanwege zijn rode haar

B De Adelaar van Toledo

C De eeuwige pechvogel

D De goddelijke kanarie, omdat hij altijd in het geel reed

 

VRAAG    7 Zie de tekst: … bijna een half uur voorsprong, maar toen sloeg het noodlot toe… Wat gebeurt er als het noodlot toeslaat?

A Dan gaat er iets helemaal mis

B Dan moet je ineens heel nodig naar de wc

C Dat heet ook wel de Wet van de remmende voorsprong

D Dan treft het ongeluk je

E Dan slaat de bliksem in

 

VRAAG    8 Wat brak Eugène Christophe in 1913 in de Pyreneeën?

A Zijn sleutelbeen, een veel voorkomende breuk bij wielrenners

B Het record voor de snelste beklimming van de Col du Tourmalet

C Zijn voorvork

D Zijn voortand

E Zijn voorvork en zijn achtervork

F Zijn klomp

 

VRAAG    9 Waar is er een pleintje naar Christophe vernoemd?

A Tegenover de bakker in St.-Marie-de-Campan

B Naast de historische smederij van Sainte-Marie-de-Campan

C Onder aan het begin van de Col du Tourmalet

D Bij de kerk van St.-Marie-de-Campan

 

VRAAG    10 Wie droeg de laatste gele trui in de eerste Tour de France?

A Henri Desgrange

B Maurice Garin

C Niemand

D Henri Cornet

 

VRAAG  11 C’est comme avec les dames et leur âge: on ne demande pas… Helaas is de vertaling van deze zin nog niet binnen uit Frankrijk. Er wordt natuurlijk door onze technici hard aan gewerkt, maar het is twijfelachtig of wij voor het sluiten van deze quiz nog met iets kunnen komen, wij houden u op de hoogte, maar vooralsnog gaan wij even door naar vraag 12.

 

VRAAG  12 Welke truien kun je verdienen in de Tour?

A De gele trui voor de snelste in het algemeen klassement

B De regenboogtrui voor de wereldkampioen

C De oranje trui voor de Nederlands kampioen

D De rood-wit-blauwe trui voor de Nederlands kampioen

E De rode trui voor het bergkampioenschap

F De bolletjestrui voor de beste klimmer

 

VRAAG  13 Waarom heet de laatste renner in het algemeen klassement de rode lantaarn-drager?

A Omdat deze renner traditioneel wordt gesponsord door the red light district

B Dat is de renner die in de lopende Tour nog het minste geld heeft verdiend

C Hij fietst zo langzaam omdat hij die lantaarn mee moet nemen

D Achter op de laatste wagon van een (goederen) trein hingen ze vroeger een rode lamp

 

VRAAG  14 Waarom is de Arc de Triomphe gebouwd? Zoek dit op bij Google….

A Als herinnering aan de overwinning van Maurice Garin in 1903

B Als herinnering aan de overwinning van Julius Caesar op de Galliërs

C Als herinnering aan de overwinning in de Tweede Wereldoorlog

D Als herinnering aan de overwinning van Napoleon bij Austerlitz in 1805

E Als herinnering aan de overwinning in de Eerste Wereldoorlog

 

VRAAG  15 Wie had na de eerste etappe in 2020 de gele trui?

A Eugène Christophe

B Alexander Kristoff

C Kris Kristofferson

D Krasnavodka Kristov

 

Hier zijn de goede antwoorden van quiz no 16, deel II van de Tourquiz van 07-09-2020

  1. CD
  2. C
  3. BDE
  4. ABC
  5. B
  6. C

      De Adelaar van Toledo is de bijnaam van Federico Bahamontes, de Tourwinnaar van 1959. Hij is nu de

      oudste nog levende Tourwinnaar, geboren op 9 juli 1928 (92 jaar).

      De goddelijke kanaries is de bijnaam van het Braziliaanse voetbal elftal. Hun shirt is bijna geheel geel.

  1. AD
  2. E
  3. D én C !
  4. Klassieke instinker: C ! De eerste Tour was in 1903 en de eerste gele trui kwam pas 16 jaar later in 1919.
  5. Zojuist is de vertaling toch binnengekomen: C’est comme avec les dames et leur âge: on ne demande pas…

      Dit betekent: Het is als met de vrouwen en hun leeftijd: men vraagt er niet naar…

  1. AF
  2. D
  3. D
  4. B

 

Had je veel vragen goed? Mooi zo! Had je weinig vragen goed? Geeft niks, volgende week heb je weer een kans! Tot dan, tot quiz!