Doe mee met onze wekelijkse quiz om de tijd thuis goed door te komen. Maak de vragen en schrijf je antwoorden op! De quiz bevat vragen over allerlei onderwerpen en is voor een breed publiek van jong tot oud geschikt. Elke maandag komen de antwoorden online op deze pagina.

Succes!🍀🍀

STAYBLE NIEUWSQUIZ 

Nummer 39 - 15 februari 2021

Nieuwe spelletjes

Hallo lieve quizzers! Vanaf deze week gaan we de quiz een beetje anders doen. Niet eerst een lang stuk tekst en dan pas de vragen, maar korte en afwisselende spelletjes met taal. De quiz wordt korter, sneller en met meer verschillende onderdelen (de spelletjes). De quiz wordt ook wat makkelijker. Kortom: het wordt helemaal niet een béétje anders, het wordt compléét anders…!

Zoals gezegd; we gaan in elke quiz verschillende spelletjes doen. Ieder spelletje heeft een eigen naam en bij elk spelletje leg ik uit wat de bedoeling is en hoe je het spel moet spelen. Elke week spelen we 5 spelletjes. Niet elke week dezelfde 5 spelletjes: om het leuker te maken, wisselen we elke week een deel van de spelletjes af met andere. Alle spelletjes komen op die manier af en toe voorbij. Wat ook verandert, is dat vanaf vandaag bij elke vraag steeds nog maar één antwoord goed is.

Genoeg gepraat, we gaan beginnen!

 

1) Woord weg!

In de zinnen hieronder is steeds één woord weggelaten. Je krijgt 4 woorden (A,B,C en D). Welk woord moet op de puntjes worden ingevuld? Schrijf jouw antwoorden op papier, bijvoorbeeld als: 1.1 A, 1.2 B, 1.3 C, 1.4 D, etc.

 

1.1 Vorige week was het heel …, met temperaturen tot wel 15 graden onder nul.

A guur

B koud

C fris

D bevroren

 

1.2 Omdat het zo koud was, lag er overal sneeuw en … op het water.

A ijzel

B rijp

C ijs

D strooizout

 

1.3 De komende week wordt het veel warmer buiten, het lijkt dan wel een beetje …

A lente

B zomer

C herfst

D winter

 

1.4 Omdat het nu warmer wordt, kunnen veel dieren weer in de ... staan

A speelweide

B zon

C schaduw

D wei

 

1.5 Die dieren moeten dan wel wat extra voer krijgen, want het … groeit nog niet

A gras

B hooi

C stro

D blad

 

2) Vul het rijtje aan, welk woord moet op de plaats van het vraagteken?

Groot – groter - ? (grootst)       (overtreffende/verkleinende trap etc.)

Lopen – liep - ? (gelopen)          (werkwoorden in diverse tijden)

Circus – theater – ? (bioscoop)  (logisch aanvullen)

Je krijgt 4 woorden (A,B,C en D). Welk woord moet op de puntjes worden ingevuld? Schrijf jouw antwoord op papier, bijvoorbeeld als: 1.1 A, 1.2 B, 1.3 C, 1.4 D, etc.

 

Je krijgt vier antwoordmogelijkheden, waarvan er één goed is. Een voorbeeld:

2.1 Circus – theater – ?

A snackbar

B bioscoop

C crocus

D cirkel

Het goede antwoord is dan B, dus dan noteer je 2.1 B op je papier.

 

Vul het rijtje aan!

2.1 Werken – werkte –  ?

A gewerkd

B gewerken

C gewerkt

D gewekt

 

2.2 Klein – ? –  kleinst

A kleinder

B kleinte

C kleindder

D kleiner

 

2.3. ? – bromfiets – motorfiets

A auto

B fiets

C scooter

D brommobiel

 

2.4 Gestreept – geruit – ?

A gestippeld

B effen

C gespikkeld

D omcirkeld

 

2.5. Rood – ?  – groen

A stoplicht

B staan

C geel

D zwart

De volgende 5 vragen gaan over wat je op deze foto kunt zien.

3.1 Welk soort dier zie je op de foto?

A paard

B ezel

C geit

D os

 

3.2 Welk geluid maken de dieren op de foto?

A loeien

B mekkeren

C hinniken

D balken

 

3.3 Waar staan de dieren?

A in de wei, met op de achtergrond een bos

B in het bos

C in een park, met op de achtergrond een oerwoud

D in de wei

 

3.4 Omdat ze achter elkaar staan, kun je van één van de twee dieren een lichaamsdeel niet zien. Welk lichaamsdeel is dat?

A een oog

B de staart

C een oor

D de rug

 

3.5 Welke diersoorten zijn allebei groter dan de dieren op de foto?

A giraffe en schaap

B paard en fazant

C koe en paard

D koe en haas

 

  1. Koppel links aan rechts!

4.1. Koppel het begrip links aan het begrip rechts dat er het beste bij past. Een voorbeeld:

huis                  A          A varken

boom               B          B voordeur

beest                C          C toetsenbord

computer        D         D blaadjes

 

Het juiste antwoord is dan: 4.1 AB, BD, CA en DC. Schrijf de antwoorden op die manier voor jezelf op.

Uitleg: een huis heeft een voordeur (A-B), een boom heeft blaadjes (B-D), een beest is bijvoorbeeld een varken (C-A) en een computer heeft een toetsenbord (D-C).

 

4.1

toiletborstel     A          A wc-pot

toilet                  B          B wc-rol

toiletpapier     C          C badkamer

toiletbril           D         D schoonmaakmiddel

 

4.2

kast                  A          A dekken

tafel                 B          B liggen

stoel                 C          C zitten

bed                   D         D leggen

 

4.3

vloerbedekking  A         A naar buiten lopen

behang                B          B lopen

raam                    C          C lijm

schuifdeur          D         D naar buiten kijken

 

4.4

water                A          A vat

stroom             B          B kubieke meter

olie                    C          C liter

benzine            D         D Watt (Kilowatt)

 

4.5

belasting          A          A doen

inkomen           B          B terugbetalen                  

uitgaven           C          C betalen

lening                D         D verdienen

 

5) Waar zit de fout?

Je ziet 5 zinnen. In elke zin zit één fout! Kun jij die fout vinden? Als jij vindt dat in zin 5.1 hieronder het woord “nabij” fout geschreven is, schrijf je het fout geschreven woord op, bijvoorbeeld zo: zin 5.1: nabij.

In de goede antwoorden zie je volgende week welk woord fout geschreven was én hoe het correct geschreven had moeten worden. Namen van mensen en geografische namen blijven bij dit spel buiten beschouwing, ze doen niet mee.

 

5.1 Zin 1

De inwoners van de Limburgse plaats Meerssen, nabij vliegenveld Beek bij Maastricht, zijn zaterdag enorm geschrokken van vallende vliegtuigonderdelen.

 

5.2 Zin 2

Na een explosie in de motor van een vrachtvliegtuig vielen taloze onderdelen als een regen op de plaats neer.

 

5.3 Zin 3

"De inwonners van ons dorp hebben dit heel intens beleefd, de schrik zit er goed in", zo zegt burgemeester Mirjam Clermonts.

 

  1. 4 Zin 4

Vanwege het mooie weer waren veel mensen buiten, zei hoorden plots harde knallen en zagen hoe steekvlammen uit de motor van het vliegtuig kwamen.

 

5.5 Zin 5

Iedereen rende naar beschutte plekken om zich tegen de omlaag vallende metallen brokstukken te beschermen, want de stukken die omlaag kwamen en op de grond, auto's, mensen en daken vielen waren gloeiend heet.

 

Hier zijn de goede antwoorden van quiz no 39 van 22 februari 2021 met de nieuwe taalspelletjes!

1) Woord weg!

1.1 B

1.2 C

1.3 A

1.4 D

1.5 A

 

2) Vul het rijtje aan

2.1 C

2.2 D

2.3 B

2.4 A*

2.5 C

* Dit was een moeilijke! Gestreept en geruit zijn allebei regelmatige (systematisch repeterende of herhaalde) patronen op stof. Dat is bij gestippeld ook zo, met regelmatige stippelpatronen (in het Engels heet dat ook wel polka dot). Bij “effen” zit er helemaal geen patroon op de stof, de stof heeft dan één kleur zonder patroon, bijvoorbeeld effen blauw, of effen zilver. Effen betekent ook “zonder kleurschakeringen”. Bij gespikkeld zit er wel een patroon op de stof, maar is het patroon juist niet regelmatig. Een (dieren)huid kan bijvoorbeeld gespikkeld zijn. Omcirkeld betekent dat iets omgeven is door een rondje, bijvoorbeeld het juiste antwoord kan omcirkeld zijn.

 

3) Kijk naar het plaatje

3.1 B

3.2 D

3.3 A

3.4 B

3.5 C

 

  1. Koppel links aan rechts!

4.1 AD, BC, CB, DA

4.2 AD, BA, CC, DB

4.3 AB, BC, CD, DA

4.4 AB, BD, CA, DC

4.5 AC, BD, CA, DB

 

5) Waar zit de fout?

5.1 Zin 1 vliegenveld is fout, moet zijn vliegveld

5.2 Zin 2 taloze is fout, moet zijn talloze (talloze = ontelbare, het aantal is niet vast te stellen omdat het er te veel waren, tal-loos = zonder (aan)tal)

5.3 Zin 3 inwonners is fout, moet zijn inwoners, met één n

5.4 Zin 4 zei is fout, moet zijn zij (zei is de verleden tijd van zeg, zij slaat terug op veel mensen, die buiten waren)

5.5 Zin 5 metallen is fout, moet zijn metalen (van metaal gemaakt). Vergelijk bijvoorbeeld een stalen brug, van staal gemaakt.

 

Had je veel antwoorden goed? Mooi zo, gefeliciteerd! Had je niet zo veel antwoorden goed? Geeft niks, volgende week is er weer een nieuwe quiz. Dankjewel voor het meedoen!